www.rivm.nl www.pbl.nl www.cbs.nl www.alterra.wur.nl www.deltares.nl www.rijkwaterstaat.nl
Startpagina Informatie Help Login English  
Settings:

Uitleg Emissieregistratie

Inhoud

Wat is de Emissieregistratie?

De Emissieregistratie beslaat het gehele proces van dataverzameling, databewerking, het registreren en rapporteren van emissiegegevens in Nederland. In de emissieregistratie worden de emissies naar bodem, water en lucht van circa 350 beleidsrelevante stoffen en stofgroepen vastgesteld. De emissiegegevens worden per emissiebron en per locatie opgeslagen in de centrale database van de Emissieregistratie. Dit omvat gegevens van individueel geregistreerde puntbronnen (op basis van o.a. Milieujaarverslagen en Commissie Integraal Waterbeheer(CIW)-enquêtes) en diffuse bronnen (emissies berekend door taakgroepen).
Terug

Doelstelling

De doelstelling van de Emissieregistratie is de jaarlijkse vaststelling van een dataset met eenduidige emissiegegevens waarover consensus bestaat en die voldoen aan de criteria: actualiteit, juistheid, volledigheid, transparantie, vergelijkbaarheid, consistentie en nauwkeurigheid. Door het opslaan van deze gegevens in één centrale database voor de emissiegegevens in Nederland moet op efficiënte en effectieve wijze bereikt worden, dat voldaan kan worden aan nationale en internationale rapportageverplichtingen van emissiegegevens.
Terug

Historie

De Emissieregistratie is opgezet in 1974. In die periode zag Nederland zich geconfronteerd met tal van milieuproblemen. Voor veel problemen veroorzaakt door stoffen in zowel bodem, water als lucht waren de door het beleid gehanteerde principes als: 'de vervuiler betaalt' en 'bestrijding bij de bron' niet direct in beleidsmaatregelen te vertalen. Besloten werd om een geïntegreerd systeem op te zetten waarbij emissies naar alle compartimenten in kaart konden worden gebracht, om het milieubeleid gerichter invulling te kunnen geven en de resultaten daarvan te kunnen monitoren.

Uitgangspunt voor het systeem was, om uitgaande van de aard en omvang van de milieuproblemen te inventariseren door welke stoffen deze problemen ontstaan, in welk compartiment, wat de bronnen zijn en waar deze zich bevinden. Later is de dimensie tijd daaraan toegevoegd, om de trend te kunnen volgen. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in de huidige Emissieregistratie waarin emissiegegevens langs deze vijf dimensies in de centrale database worden opgeslagen.

Dimensies
Figuur 1: Dimensies van de emissies in de centrale database Emissieregistratie
Terug

Organisatie

De Emissieregistratie wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM ) en het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW). De regie voor - en aansturing van de Emissieregistratie is ondergebracht bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
De bij de Emissieregistratie betrokken instituten zijn verantwoordelijk voor het verzamelen, bewerken, beheren, registreren en rapporteren van emissiedata, opdat de betrokken ministeries aan de nationale en internationale verplichtingen op het gebied van emissierapportages kunnen voldoen.

Taken en verantwoordelijkheden

Besluitvorming vindt plaats in de stuurgroep Emissieregistratie via goedkeuring van het werkplan Emissieregistratie. Deze stuurgroep bestaat uit dg's en directeuren van de opdrachtgevende ministeries en de directeur PBL.
Onder links naar betrokken organisaties vindt u de instituten die betrokken zijn bij de Emissieregistratie: en het (PBL).
Ieder van de betrokken instituten heeft daarbij een eigen rol en verantwoordelijkheden, zoals wordt beschreven in het jaarlijkse werkplan Emissieregistratie. De projectleider emissieregistratie bij het PBL treedt op als coördinator/regisseur. De projectleider draagt daarmee de verantwoordelijkheid voor het proces van de Emissieregistratie; de uitkomsten van dat proces vallen onder de verantwoordelijkheid van de betrokken instituten.

Werkwijze

Het verzamelen en bewerken van gegevens tot landelijke emissiecijfers per emissiebron vindt plaats in zogenoemde taakgroepen volgens vooraf vastgestelde methoden. In de taakgroepen zijn de experts van de betrokken instituten vertegenwoordigd. De berekeningsmethoden zijn beschreven in verschillende methoderapporten en meta-informatie.
Na controle en met instemming van de betrokken instituten worden de emissiecijfers vastgesteld door de projectleider ER en vervolgens worden de cijfers opgeslagen in de centrale emissieregistratie database bij het PBL. Hier worden de emissiecijfers ook ruimtelijk verdeeld over Nederland.

Taakgroepen

In de taakgroepen zijn de emissiedeskundigen van de diverse instituten vertegenwoordigd. De taakgroepleden zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van de gegevens en het uitvoeren van de emissieberekeningen. Bovendien zijn de deskundigen nauw betrokken bij de ontwikkeling van de berekeningsmethodieken. De volgende taakgroepen worden in de Emissieregistratie onderscheiden:

Taakgroep Energie, Industrie en Afvalverwijdering - ENINA:
In de taakgroep ENINA worden de emissies naar lucht uit de sectoren Energie, Industrie, Raffinaderijen en Afvalverwerking vastgesteld. In ENINA zijn de volgende instituten vertegenwoordigd: PBL, TNO, CBS, Uitvoering afvalbeheer SenterNovem en FO-Industrie.

Taakgroep Verkeer en Vervoer
In de taakgroep verkeer en vervoer worden de emissies naar bodem, water en naar lucht vastgesteld uit verkeer en vervoer (luchtvaart, scheepvaart en wegverkeer). Vertegenwoordigd zijn: PBL, CBS, RWS-WD, Deltares en TNO.

Werkgroep Landbouw en Landgebruik
In de werkgroep landbouw en landgebruik worden de emissies naar bodem, water en naar lucht vastgesteld. Daarnaast vindt afstemming plaats over de gehanteerde methodieken en het gebruik en de beschikbaarheid van de basisgegevens. Vertegenwoordigd zijn: PBL, LEI, Alterra, CBS, EC-LNV, TNO, RWS-WD.

Taakgroep Methodeontwikkeling Wateremissies -MEWAT
In de taakgroep MEWAT worden de emissies van de diverse doelgroepen naar water vastgesteld. Vertegenwoordigd zijn: RWS-WD, Deltares, PBL, CBS, TNO.

Taakgroep Overige bronnen - WESP
In de taakgroep overige bronnen worden de emissies door productgebruik (Consumenten) vastgesteld, evenals de emissies uit de doelgroep handel, diensten en overheid (HDO). Vertegenwoordigd zijn: PBL, TNO en CBS.
Terug

Stoffen

In de Emissieregistratie worden de gegevens van ruim 300 stoffen en stofgroepen verzameld. Periodiek wordt de stoffenlijst van de te monitoren stoffen bijgesteld. Daarvoor zijn de internationale rapportageverplichtingen leidend, zoals bijvoorbeeld het Kyoto Protocol, de Kaderrichtlijn Water, het 'European Pollution Release an Transfer Register' (E-PRTR) en diverse andere verdragen en richtlijnen in VN of EU kader. Daarnaast worden stoffen gemonitored waarvoor nationaal beleid is geformuleerd. De stoffenlijst wordt in nauw overleg met de betrokken beleidsdirecties van de ministeries van VROM, V en W en LNV opgesteld.
Terug

Bronnen

Om de emissies van de stoffen te kunnen volgen is het van cruciaal belang om te weten wat de emissiebronnen zijn. Voordat een stof in de database wordt opgenomen, worden de (belangrijkste) bronnen of de activiteiten waarbij de stoffen in het milieu terecht komen geïnventariseerd.

De emissiebronnen worden in overeenstemming met het milieubeleid op doelgroepniveau ingedeeld. De doelgroepen die worden onderscheiden in de Emissieregistratie zijn respectievelijk de Energiesector, Afvalverwerkingsbedrijven, Verkeer en vervoer, Landbouw, Handel, diensten en overheid (HDO), Consumenten, Bouw, Chemische industrie, Drinkwater bedrijven,Raffinaderijen, Overige industrie, Riolering en Waterzuivering, Natuur en overig.

In de Emissieregistratie wordt onderscheid gemaakt in de emissies van puntbronnen en diffuse emissiebronnen.

Puntbronnen zijn emissiebronnen die op locatie worden gemeten of berekend. Diffuse bronnen zijn activiteiten waarvan de emissies niet direct aan een locatie is toegekend. Puntbronnen zijn bijvoorbeeld individuele bedrijven, raffinaderijen en energieproducenten die een milieujaarverslag maken. Voorbeelden van diffuse bronnen zijn de activiteiten in de landbouw, wegverkeer en kleine bedrijven.
Terug

Compartimenten

De emissieregistratie kent 6 zogenaamde compartimenten:

De indeling in compartimenten naar water is nieuw met ingang van ronde ER2008

De termen directe en indirecte emissies zijn komen te vervallen en er is een nieuw compartiment geïntroduceerd voor het riool-systeem. Per compartiment wordt hieronder weergegeven welke emissiestroom aan welk compartiment wordt toegerekend. De emissies die vrijkomen aan de bron bereiken niet in hun geheel het oppervlaktewater, omdat een deel door zuivering wordt afgebroken in rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's). De restvervuiling wordt via het gezuiverde afvalwater (Effluenten) geloosd op het oppervlaktewater of over land afgevoerd via het zuiveringslib. Bij sterke regenval treden soms overstorten in het rioolsysteem in werking waardoor een deel van het afvalwater ongezuiverd wordt geloosd op het oppervlaktewater.

Compartiment “Belasting van oppervlaktewater” blijft onveranderd. De belasting, de vracht die daadwerkelijk het watermilieu bereikt, bestaat uit de som van de hieronder genoemde emissies en overdrachten tussen milieucompartimenten. De aanvoer via rivieren uit het buitenland is niet meegenomen in de belasting omdat deze wordt veroorzaakt door buitenlandse bronnen.Dit compartiment is het totaal van Emissies naar water en Effluenten en Overstorten en Regenwaterriolen en Ongezuiverde riolen en Depositie op water en Uit- en afspoeling landelijk gebied naar water.

Compartiment "Emissie naar water" is hernoemd naar "Emissie op riool en oppervlaktewater". Dit compartiment bevat de bruto vrijkomende vracht naar het watermilieu aan de bron. Deze emissies worden verdeeld in emissies naar het oppervlaktewater en emissies naar het rioolstelsel. Dit is dus vòòr eventuele zuivering in RWZI’s of overdrachten naar andere compartimenten. Dit compartiment is het totaal van Emissies naar water en Emissies naar riolen.

Compartiment “Emissie op riool” is een nieuw compartiment. Dit compartiment bevat de (bruto vrijkomende) vracht naar het riool-systeem: Dit zijn Emissies naar riolen en Depositie op riolen.

Het resultaat van bovenstaande aanpassingen voor emissies en belasting wordt samengevat in de onderstaande figuur:

Compartimenten

Figuur 2: Relatie tussen verschillen compartimenten water

Dataverzameling

Grofweg zijn er twee sporen te onderscheiden in de benodigde gegevensverzameling: de gegevens van de individuele rapportages van bedrijven en de gegevens ten behoeve van de berekening van de diffuse emissies.

Ten gevolge van het Besluit Milieujaarverslaglegging is een groot aantal bedrijven verplicht jaarlijks een milieujaarverslag in te dienen. In dit milieujaarverslag (MJV) geven bedrijven onder andere aan welke emissies in het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden. Na controle door het Bevoegd Gezag (vergunningverleners zoals provincies, gemeenten en waterschappen) worden de gegevens uit de MJV's verzameld en opgeslagen in de database.

De gegevens uit de wettelijk verplichte MJV's worden vervolgens aangevuld door bedrijven die op vrijwillige basis of in het kader van een milieuconvenant deze gegevens aanleveren. Voor de emissies naar water worden ook de resultaten van de CIW-enquete in de database toegevoegd (CIW staat voor de inmiddel opgeheven Commissie Integraal Waterbeheer). Het geheel van deze gegevensverzameling vormt de zgn. ER-Individueel of ER-I database. De gegevens in de ER-I vormen de basis voor de emissieberekeningen per stof per emissie-oorzaak voor de emissies uit de industrie, de energiesector, raffinaderijen en afval.

Voor de berekening van de emissies uit de overige doelgroepen wordt doorgaans gebruik gemaakt van diverse statistische gegevens om de emissies te berekenen. Deze gegevens worden aangeleverd door o.a. het CBS, LEI, Alterra, AVV en diverse andere instituten.

Deelverzamelingen

Figuur 3: Deelverzamelingen in de centrale database
Terug

Emissieberekeningen

De berekening van de emissies van de niet-individueel geregistreerde industriële bedrijven worden evenals de emissies van de overige doelgroepen uitgevoerd door groepen van deskundigen van de diverse betrokken instituten (taakgroepen). De taakgroepen maken daarvoor gebruik van (landelijke) statistische informatie (basisgegevens) en emissiefactoren.

De berekening van emissies door de industrie is voor een belangrijk deel gebaseerd op de ER-I gegevens. Met statistische methoden en aanvullende  informatie worden deze ER-I gegevens opgeschaald naar de landelijke totale emissie van industriële bronnen.

Voor de niet-industriële bronnen worden de berekeningen gemaakt op basis van het algemeen gehanteerde principe:
Emissie = Activiteit (Emissieverklarende eenheid) x Emissiefactor (E=A*EF)

Activiteitendata worden veelal betrokken uit landelijke statistieken en soms zijn er bronspecifieke basisgegevens voorhanden. Emissiefactoren worden doorgaans vastgesteld op basis van metingen, (modelmatige) berekeningen, of uit de (internationale) literatuur. Een uitgebreide toelichting op de methoden voor de berekening van de emissies per emissieoorzaak vindt u bij de ingang documentatie in het menu
Terug

Verdeling van emissies over Nederland

Bovenstaande emissieberekening levert per emissieoorzaak een landelijk emissietotaal op. De website toont echter ook kaarten met de emissie per gemeente, per afwateringseenheid of bijvoorbeeld in een grid van 5 bij 5 km. Om deze verdeling te berekenen selecteert de Emissieregistratie voor elke emissieoorzaak de meest optimale verdeelsleutel. Denk hierbij aan verkeersintensiteit (voertuigkilometers) voor emissies uit wegverkeer, landgebruik (oppervlakte) voor landbouwemissies en bevolkingsdichtheid voor emissies uit huishoudens. Daarbij kan het wel voorkomen dat de meest recente gegevens voor de verdeling en naar de gewenste eenheden geaggregeerd. Dit gebeurt met behulp van een geografisch informatie systeem Onderstaande figuren geven een illustratie van gebruikte verdelingen. Voor bedrijfsemissies geldt een aparte benadering. Individueel gerapporteerde emissies hebben een bekende locatie en worden vooraf van het landelijke totaal afgetrokken. De rest van de emissie (de zogenaamde bijschatting) wordt verdeeld aan de hand van het aantal medewerkers per bedrijf met onderscheid naar bedrijfstak (op basis van SBI code). Het uiteindelijke resultaat op de kaart leent zich goed voor een nationaal overzicht. Ze is echter niet nauwkeurig genoeg om op regionale schaal conclusies aan te verbinden. Verdere informatie over de wijze van regionalisatie vindt u in de documenten hierover: Ruimtelijke toedeling (spatial allocation). Via de ingang 'Zoek in documenten' vindt u per emissieoorzaak de gebruikte manier van ruimtelijke toedeling uitgelegd. Zie ook de volgende paragraaf over de kwaliteit van de emissiecijfers
Voorbeelden van gebruikte verdelingen:

Wegintensiteit

Figuur 4: Intensiteit van het weggebruik door personenauto's van Rijks- en Provinciale wegen in 2004

Grondgebruik

Figuur 5: Agrarisch grasland in Nederland

Arbeidsplaatsen

Figuur 6: Verdeling van arbeidsplaatsen over Nederland voor de kunststofverwerkende industrie Terug

Kwaliteit van de emissiecijfers

Voor het gebruik van de gegevens uit de emissieregistratie, bijvoorbeeld in onderzoek, of in beleidsevaluaties, is het van belang om inzicht te hebben in de kwaliteit van de emissiegegevens. Door de wijze waarop de emissiegegevens tot stand komen zijn er veel bronnen voor onnauwkeurigheid en/of onzekerheden. Factoren van invloed op de kwaliteit van de emissiecijfers zijn o.a.:

Afhankelijk van de stof is de onzekerheid in de emissietotalen van Nederland relatief klein tot relatief groot. Voor kooldioxide (CO2) bijvoorbeeld ligt de onzekerheid in de orde van enkele procenten. Deze emissie is dan ook relatief eenvoudig te berekenen uit energiegebruik en procesemissies. CO2 emissies gekoppeld aan landgebruik zijn weliswaar onzeker, maar maken een klein onderdeel van de totale emissies uit. Voor stikstofoxyden (NOx,) waar de emissies veel meer bepaald worden door processen, zijn de onzekerheden op nationaal niveau al duidelijk groter, en voor stoffen waarover weinig gegevens bekend zijn kan de onzekerheid gemakkelijk enkele tientallen procenten bedragen. Om de onzekerheden in de landelijke emissiecijfers te kwantificeren werden drie studies uitgevoerd: twee studies gericht op de broeikasgassen en één studie gericht op de verzurende componenten en grootschalige luchtverontreiniging. De rapporten kunt u hier nalezen. Onderstaande tabel geeft een samenvatting voor een aantal belangrijke stoffen.

Stof of thema Onzekerheid in landelijk totaal Methodiek
CO2 ±3% Tier 1
CH4 ±25% Tier 1
N2O ±50% Tier 1
Fluorhoudende gassen (F-gassen) ±50% Tier 1
CO2-equivalenten (thema broeikasgassen) ±5% Tier 1
NH3 ±17% Tier 2
NOx ±15% Tier 2
SO2 ±6% Tier 2
Zuur-equivalenten (thema verzuring) ±10% Tier 2

Deze onzekerheden gelden voor de totale emissie in Nederland. De onzekerheid van een emissie op één locatie of van één emissieoorzaak is in de meeste gevallen groter, zie ook de toelichting onder emissieberekeningen. In methoderapporten en bijvoorbeeld de factsheets water wordt bij de classificatie van de kwaliteit van de informatie zoveel mogelijk aangesloten bij een bestaande classificatie, gebaseerd op de methodiek van CORINAIR (CORe emission INventories AIR):

Voor individuele puntbrongegevens wordt de onzekerheid bepaald door vele factoren, zoals: hoe bepaalt een bedrijf zijn emissies, wat zijn de meetonnauwkeurigheden, hoe worden de gegevens op bedrijfsniveau vertaald naar het eMJV, hoe worden de gegevens gevalideerd door het bevoegd gezag, hoe worden de gegevens vervolgens gebruikt/vertaald binnen de ER. Als hierover op het niveau van het individuele bedrijf en het bevoegd gezag geen onzekerheidsinformatie bekend is, kan ook weinig worden gezegd over de kwantitatieve onzekerheden. Uit de ervaring die de ER heeft met individuele bedrijfsgegevens en de validatie door het bevoegd gezag, kan worden gesteld dat de onzekerheid in deze gegevens relatief groot is. Achtergronddocumenten over onzekerheden in nationale totalen vindt u hier

Uiteraard zijn de onzekerheden die worden geïntroduceerd door het toedelen van de nationale emissies naar regionaal niveau ook relatief groot door de generieke manier waarop dit gebeurt. Aan de onzekerheid in de emissiedata wordt dan immers nog de onzekerheid uit de proxydata of de modelberekeningen toegevoegd. De gepresenteerde geregionaliseerde emissiedata kunnen daarom ook het beste worden gezien als bruikbare eerste indicatie voor een beeld op landelijke en regionale schaal. Voor een nauwkeuriger beeld (bijvoorbeeld concentratieberekeningen op lokaal niveau) zal dan aanvullende informatie moeten worden verzameld. Achtergronddocumenten over de regionalisatie vindt u hier

Om de gewenste kwaliteit van de emissiecijfers te garanderen zijn in het proces van de Emissieregistratie een aantal controlestappen ingebouwd. Een belangrijk onderdeel hiervan vormt de trendanalyse. De berekende emissiecijfers worden dan vergeleken met de cijfers die in het voorgaande jaar zijn berekend. Een andere vorm van verificatie van de emissiecijfers is de vergelijking van de emissies/emissietrend met andere gegevens. Voorbeelden hiervan zijn de vergelijking met de gemeten concentraties in het water of in de lucht, of de vergelijking met de energie- of productiestatistieken in een bepaalde sector. Resultaten van deze controles kunnen leiden tot bijstelling van de emissieberekeningen of tot een verbetering van de berekeningsmethoden.
Terug

De centrale database Emissieregistratie

De resultaten van de inventarisaties en berekeningen door de taakgroepen worden na de benodigde controles vastgesteld en vervolgens ingevoerd in de centrale database emissieregistratie. Jaarlijks worden in mei de emissiegegevens vastgesteld voor de jaren 1990-1995-2000-2005, t-3 en t-2. Voor een aantal stoffen wordt in augustus op basis van de beschikbare gegevens ook de emissie voor het jaar (t-1) vastgesteld. Dit zijn echter voorlopige cijfers, welke in mei het daaropvolgende jaar definitief worden vastgesteld.
De Emissieregistratie bevat zowel gegevens over de grootte van emissies in Nederland als ook over de plaats waar die emissies optreden. Het betreft de emissies van milieuverontreinigende stoffen naar water, bodem en lucht. Hiertoe zijn de volgende gegevens opgenomen:

Hierdoor is het mogelijk de emissiegegevens ruimtelijk weer te geven, bijvoorbeeld in administratieve eenheden (provincies, gemeenten, waterkwaliteitbeheer- en afwateringsgebieden) of in een rasterstructuur (bijvoorbeeld 5 x 5 km).
Terug

Rapportages en publicaties op basis van de Emissieregistratie

De cijfers uit de Emissieregistratie zijn de basis voor diverse rapportages en publicaties. De Milieubalans wordt opgesteld op basis van de nieuwste gegevens in de emissieregistratie. Detail informatie op stof- en doelgroepniveau wordt daarnaast gepubliceerd in het Milieu- en Natuurcompendium .
Onderstaande figuur geeft een schematisch overzicht van de Emissieregistratie, vanaf de inzameling van gegevens door de verschillende instellingen en taakgroepen tot en met deze website en de verschillende nationale en internationale rapportages en publicaties.

organisatie
Figuur 7: De Emissieregistratie: van dataverzameling tot publicatie en rapportage.
Terug