Uitleg Emissieregistratie
Inhoud
Wat is de Emissieregistratie?
De Emissieregistratie beslaat het gehele proces van dataverzameling, databewerking,
het registreren en rapporteren van emissiegegevens in Nederland. In de emissieregistratie
worden de emissies naar bodem, water en lucht van circa 350 beleidsrelevante stoffen
en stofgroepen vastgesteld. De emissiegegevens worden per emissiebron en per locatie
opgeslagen in de centrale database van de Emissieregistratie. Dit omvat gegevens
van individueel geregistreerde puntbronnen (op basis van o.a. Milieujaarverslagen)
en diffuse bronnen (emissies berekend door taakgroepen).
Terug
Doelstelling
De doelstelling van de Emissieregistratie is de jaarlijkse vaststelling van een
dataset met eenduidige emissiegegevens waarover consensus bestaat en die voldoen
aan de criteria: actualiteit, juistheid, volledigheid, transparantie, vergelijkbaarheid,
consistentie en nauwkeurigheid. Door het opslaan van deze gegevens in één centrale
database voor de emissiegegevens in Nederland moet op efficiënte en effectieve wijze
bereikt worden, dat voldaan kan worden aan nationale en internationale rapportageverplichtingen
van emissiegegevens.
Terug
Historie
De Emissieregistratie is opgezet in 1974. In die periode zag Nederland zich geconfronteerd
met tal van milieuproblemen. Voor veel problemen veroorzaakt door stoffen in zowel
bodem, water als lucht waren de door het beleid gehanteerde principes als: 'de vervuiler
betaalt' en 'bestrijding bij de bron' niet direct in beleidsmaatregelen te vertalen.
Besloten werd om een geïntegreerd systeem op te zetten waarbij emissies naar alle
compartimenten in kaart konden worden gebracht, om het milieubeleid gerichter invulling
te kunnen geven en de resultaten daarvan te kunnen monitoren.
Uitgangspunt voor het systeem was, om uitgaande van de aard en omvang van de milieuproblemen
te inventariseren door welke stoffen deze problemen ontstaan, in welk compartiment,
wat de bronnen zijn en waar deze zich bevinden. Later is de dimensie tijd daaraan
toegevoegd, om de trend te kunnen volgen. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in
de huidige Emissieregistratie waarin emissiegegevens langs deze vijf dimensies in
de centrale database worden opgeslagen.
Figuur 1: Dimensies van de emissies in de centrale database Emissieregistratie
Terug
Organisatie
De Emissieregistratie wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur
en Milieu (IenM).
De regie en aansturing van de Emissieregistratie is ondergebracht bij het Rijksinstituut
voor volksgezondheid en milieu (RIVM).
De bij de Emissieregistratie betrokken instituten zijn verantwoordelijk voor het
verzamelen, bewerken, beheren, registreren en rapporteren van emissiedata, opdat
de betrokken ministeries aan de nationale en internationale verplichtingen op het
gebied van emissierapportages kunnen voldoen.
Taken en verantwoordelijkheden
Besluitvorming vindt plaats in de stuurgroep Emissieregistratie via goedkeuring
van het werkplan Emissieregistratie. Deze stuurgroep bestaat uit dg's en directeuren
van de opdrachtgevende ministeries en de directeur RIVM.
Onder links naar betrokken organisaties vindt u de instituten die betrokken zijn
bij de Emissieregistratie.
Ieder van de betrokken instituten heeft daarbij een eigen rol en verantwoordelijkheden,
zoals wordt beschreven in het jaarlijkse werkplan Emissieregistratie. De projectleider
Emissieregistratie bij het RIVM treedt op als coördinator/regisseur. De projectleider
draagt daarmee de verantwoordelijkheid voor het proces van de Emissieregistratie;
de uitkomsten van dat proces vallen onder de verantwoordelijkheid van de betrokken
instituten.
Werkwijze
Het verzamelen en bewerken van gegevens tot landelijke emissiecijfers per emissiebron
vindt plaats in zogenoemde taakgroepen volgens vooraf vastgestelde methoden. In
de taakgroepen zijn de experts van de betrokken instituten vertegenwoordigd. De
berekeningsmethoden zijn beschreven in verschillende methoderapporten en meta-informatie.
Na controle en met instemming van de betrokken instituten worden de emissiecijfers
vastgesteld door de projectleider Emissieregistratie en vervolgens worden de cijfers
opgeslagen in de centrale emissieregistratie database bij het RIVM. Hier worden
de emissiecijfers ook ruimtelijk verdeeld over Nederland.
Taakgroepen
In de taakgroepen zijn de emissiedeskundigen van de diverse instituten vertegenwoordigd.
Deze taakgroepleden zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van de gegevens en
het uitvoeren van de emissieberekeningen. Bovendien zijn de deskundigen nauw betrokken
bij de ontwikkeling van de berekeningsmethodieken. De volgende taakgroepen worden
in de Emissieregistratie onderscheiden:
Taakgroep Energie, Industrie en Afvalverwijdering - ENINA:
In de taakgroep ENINA worden de emissies naar lucht uit de sectoren Energie, Industrie,
Raffinaderijen en Afvalverwerking vastgesteld. In ENINA zijn de volgende instituten
vertegenwoordigd: RIVM, PBL, TNO, CBS, AgentschapNL - NL Milieu en Leefomgeving
- Afval en FO-Industrie.
Taakgroep Verkeer en Vervoer
In de taakgroep verkeer en vervoer worden de emissies naar bodem, water en naar
lucht vastgesteld uit verkeer en vervoer (luchtvaart, scheepvaart en wegverkeer).
Vertegenwoordigd zijn: RIVM, PBL, CBS, RWS-WD, Deltares en TNO.
Werkgroep Landbouw en Landgebruik
In de werkgroep landbouw en landgebruik worden de emissies naar bodem, water en
naar lucht vastgesteld. Daarnaast vindt afstemming plaats over de gehanteerde methodieken
en het gebruik en de beschikbaarheid van de basisgegevens. Vertegenwoordigd zijn:
RIVM, PBL, LEI, Alterra, CBS, EC-LNV, TNO, Deltares namens RWS-WD.
Taakgroep Methodeontwikkeling Wateremissies -MEWAT
In de taakgroep MEWAT worden de emissies van de diverse doelgroepen naar water vastgesteld.
Vertegenwoordigd zijn: RWS-WD, Deltares, RIVM, PBL, CBS, TNO.
Taakgroep Overige bronnen - WESP
In de taakgroep overige bronnen worden de emissies door productgebruik (Consumenten)
vastgesteld, evenals de emissies uit de doelgroep handel, diensten en overheid (HDO).
Vertegenwoordigd zijn: RIVM, TNO en CBS.
Terug
Stoffen
In de Emissieregistratie worden de gegevens van ruim 350 stoffen en stofgroepen
verzameld. Periodiek wordt de stoffenlijst van de te monitoren stoffen bijgesteld.
Daarvoor zijn de internationale rapportageverplichtingen leidend, zoals bijvoorbeeld
het Kyoto Protocol, de Kaderrichtlijn Water, het 'European Pollution Release an
Transfer Register' (E-PRTR)
en diverse andere verdragen en richtlijnen in VN of EU kader. Daarnaast worden stoffen
gemonitoord waarvoor nationaal beleid is geformuleerd. De stoffenlijst wordt in
nauw overleg met de betrokken beleidsdirecties van de ministeries van
IenM en EL&I
opgesteld.
Terug
Bronnen
Om de emissies van de stoffen te kunnen volgen is het van cruciaal belang om te
weten wat de emissiebronnen zijn. Voordat een stof in de database wordt opgenomen,
worden de (belangrijkste) bronnen of de activiteiten waarbij de stoffen in het milieu
terecht komen geïnventariseerd.
De emissiebronnen worden in overeenstemming met het milieubeleid op doelgroepniveau
ingedeeld. De doelgroepen die worden onderscheiden in de Emissieregistratie zijn
respectievelijk de Energiesector, Afvalverwerkingsbedrijven, Verkeer en vervoer,
Landbouw, Handel, diensten en overheid (HDO), Consumenten, Bouw, Chemische industrie,
Drinkwater bedrijven, Raffinaderijen, Overige industrie, Riolering en Waterzuivering,
Natuur en overig.
In de Emissieregistratie wordt onderscheid gemaakt in de emissies van puntbronnen
en diffuse emissiebronnen.
Puntbronnen zijn emissiebronnen die op locatie worden gemeten of berekend. Diffuse
bronnen zijn activiteiten waarvan de emissies niet direct aan een locatie is toegekend.
Puntbronnen zijn bijvoorbeeld individuele bedrijven, raffinaderijen en energieproducenten
die een milieujaarverslag maken. Voorbeelden van diffuse bronnen zijn de activiteiten
in de landbouw, wegverkeer en kleine bedrijven.
Terug
Compartimenten
De emissieregistratie kent 6 zogenaamde compartimenten:
- Lucht voor de emissies naar lucht
- Lucht volgens IPCC voor alleen die emissies naar lucht die voor het Klimaatverdrag
en Kyoto-protocol
gerapporteerd moeten worden. Vliegverkeer boven een bepaalde hoogte en de internationaal
scheepvaart vallen hier bijvoorbeeld buiten en zogenaamd kort cyclisch CO2
(zoals uit de verbranding van biobrandstoffen) telt niet mee
- Bodem voor de emissies naar de bodem
- Belasting oppervlaktewater
- Emissie op riool en oppervlaktewater
- Emissie op riool
De indeling in compartimenten naar water is nieuw met ingang van ronde ER2008
De termen directe en indirecte emissies zijn komen te vervallen en er is een nieuw
compartiment geïntroduceerd voor het rioolsysteem. Per compartiment wordt hieronder
weergegeven welke emissiestroom aan welk compartiment wordt toegerekend. De emissies
die vrijkomen aan de bron bereiken niet in hun geheel het oppervlaktewater, omdat
een deel door zuivering wordt afgebroken in rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's).
De restvervuiling wordt via het gezuiverde afvalwater (Effluenten) geloosd op het
oppervlaktewater of over land afgevoerd via het zuiveringslib. Bij sterke regenval
treden soms overstorten in het rioolsysteem in werking waardoor een deel van het
afvalwater ongezuiverd wordt geloosd op het oppervlaktewater.
Compartiment “Belasting van oppervlaktewater” blijft onveranderd. De belasting,
de vracht die daadwerkelijk het watermilieu bereikt, bestaat uit de som van de hieronder
genoemde emissies en overdrachten tussen milieucompartimenten. De aanvoer via rivieren
uit het buitenland is niet meegenomen in de belasting omdat deze wordt veroorzaakt
door buitenlandse bronnen. Dit compartiment is het totaal van Emissies naar water
en Effluenten en Overstorten en Regenwaterriolen en Ongezuiverde riolen
en Depositie op water en Uit- en afspoeling landelijk gebied naar water.
Compartiment "Emissie naar water" is hernoemd naar "Emissie op riool en oppervlaktewater".
Dit compartiment bevat de bruto vrijkomende vracht naar het watermilieu aan de bron.
Deze emissies worden verdeeld in emissies naar het oppervlaktewater en emissies
naar het rioolstelsel. Dit is dus vòòr eventuele zuivering in RWZI’s of overdrachten
naar andere compartimenten. Dit compartiment is het totaal van Emissies naar water
en Emissies naar riolen.
Compartiment “Emissie op riool” is een nieuw compartiment. Dit compartiment
bevat de (bruto vrijkomende) vracht naar het rioolsysteem: Dit zijn Emissies naar
riolen en Depositie op riolen.
Het resultaat van bovenstaande aanpassingen voor emissies en belasting wordt samengevat
in de onderstaande figuur.

Figuur 2: Relatie tussen verschillen compartimenten water
Dataverzameling
Grofweg zijn er twee sporen te onderscheiden in de benodigde gegevensverzameling:
de gegevens van de individuele rapportages van bedrijven en de gegevens ten behoeve
van de berekening van de diffuse emissies.
Ten gevolge van het Besluit Milieujaarverslaglegging is een groot aantal bedrijven
verplicht jaarlijks een milieujaarverslag in te dienen. In dit milieujaarverslag
(MJV) geven bedrijven onder andere aan welke emissies in het afgelopen jaar hebben
plaatsgevonden. Na controle door het Bevoegd Gezag (vergunningverleners zoals provincies,
gemeenten en waterschappen) worden de gegevens uit de MJV's verzameld en opgeslagen
in de database.
De gegevens uit de wettelijk verplichte MJV's worden vervolgens aangevuld door bedrijven
die op vrijwillige basis of in het kader van een milieuconvenant deze gegevens aanleveren.
Het geheel van deze gegevensverzameling vormt de zgn. ER-Individueel of ER-I database.
De gegevens in de ER-I vormen de basis voor de emissieberekeningen per stof per
emissieoorzaak voor de emissies uit de industrie, de energiesector, raffinaderijen
en afval.
Voor de berekening van de emissies uit de overige doelgroepen wordt doorgaans gebruik
gemaakt van diverse statistische gegevens om de emissies te berekenen. Deze gegevens
worden aangeleverd door o.a. het CBS, LEI, Alterra, AVV en diverse andere instituten.

Figuur 3: Deelverzamelingen in de centrale database
Terug
Emissieberekeningen
De berekening van de emissies van de niet-individueel geregistreerde industriële
bedrijven worden evenals de emissies van de overige doelgroepen uitgevoerd door
groepen van deskundigen van de diverse betrokken instituten (taakgroepen).
De taakgroepen maken daarvoor gebruik van (landelijke) statistische informatie (basisgegevens)
en emissiefactoren.
De berekening van emissies door de industrie is voor een belangrijk deel gebaseerd
op de ER-I gegevens. Met statistische methoden en aanvullende informatie worden
deze ER-I gegevens opgeschaald naar de landelijke totale emissie van industriële
bronnen.
Voor de niet-industriële bronnen worden de berekeningen gemaakt op basis van het
algemeen gehanteerde principe:
Emissie = Activiteit (Emissieverklarende eenheid) x Emissiefactor (E=A*EF)
Activiteitendata worden veelal betrokken uit landelijke statistieken en soms zijn
er bronspecifieke basisgegevens voorhanden. Emissiefactoren worden doorgaans vastgesteld
op basis van metingen, (modelmatige) berekeningen, of uit de (internationale) literatuur.
Een uitgebreide toelichting op de methoden voor de berekening van de emissies per
emissieoorzaak vindt u bij de ingang documentatie
in het menu
Terug
Verdeling van emissies over Nederland
Bovenstaande emissieberekening levert per emissieoorzaak
een landelijk emissietotaal op. De website toont echter ook kaarten met emissies
per gemeente, per afwateringseenheid of per vierkant van 5 bij 5 km. Voor een aantal
stoffen (o.a. ammoniak naar lucht, stikstof, fosfaat en zware metalen naar water)
gaat het hier om modeluitkomsten. Daarnaast worden er verdeelsleutels gebruikt om
tot een verdeling te komen, zoals voertuigkilometers voor emissies uit wegverkeer,
landgebruik (oppervlakte) voor landbouwemissies en bevolkingsdichtheid voor emissies
uit huishoudens. Op deze manier krijgt een weg met bijvoorbeeld 5% van het totaal
aantal voertuigkilometers in Nederland ook 5% van het emissietotaal verkeer (per
betrokken stof). Het optellen vanuit de ‘basisverdelingen’ naar bijvoorbeeld gemeente
of afwateringseenheid vind plaats binnen een
geografisch informatie systeem. Niet voor elke verdeelsleutel zijn jaarlijks
nieuwe gegevens beschikbaar, zodat het kan voorkomen dat gegevens voor de verdeelsleutel
minder recent zijn dan de gegevens voor de nationale totalen. De emissieregistratie
streeft er echter naar om voor alle verdeelsleutels de meest optimale en recente
gegevens te gebruiken. Voor bedrijfsemissies geldt een aparte benadering. Individueel
gerapporteerde emissies hebben een bekende locatie en worden vooraf van het landelijke
totaal afgetrokken. De rest van de emissie (de zogenaamde bijschatting) wordt verdeeld
aan de hand van het aantal medewerkers per bedrijf met onderscheid naar bedrijfstak
(op basis van SBI code). Het uiteindelijke
resultaat op de kaart leent zich goed voor een nationaal overzicht. Dit overzicht
is echter niet nauwkeurig genoeg om op regionale schaal conclusies aan te verbinden.
Verdere informatie over de wijze van regionalisatie vindt u in de documenten hierover:
Ruimtelijke toedeling (spatial allocation). Via de ingang 'Zoek
in documenten' vindt u per emissieoorzaak de gebruikte manier van ruimtelijke
toedeling uitgelegd. Zie ook de volgende paragraaf over de kwaliteit
van de emissiecijfers
Voorbeelden van gebruikte verdelingen:

Figuur 4: Voertuigkilometers personenvervoer op wegen met maximumsnelheid >100km/u
(2009)

Figuur 5: Agrarisch grasland per cel van 500*500 meter (2009)

Figuur 6: Verdeling arbeidsplaatsen textielindustrie (2009)
Terug
Kwaliteit van de emissiecijfers
Voor het gebruik van de gegevens uit de emissieregistratie, bijvoorbeeld in onderzoek,
of in beleidsevaluaties, is het van belang om inzicht te hebben in de kwaliteit
van de emissiegegevens. Door de wijze waarop de emissiegegevens tot stand komen
zijn er veel bronnen voor onnauwkeurigheid en/of onzekerheden. Factoren van invloed
op de kwaliteit van de emissiecijfers zijn o.a.:
- de kwaliteit en de nauwkeurigheid van de metingen (van emissies of emissiefactoren)
-
de toepasbaarheid van gehanteerde meetmethoden
- de kwaliteit en de nauwkeurigheid van de dataverzameling (basisgegevens/activiteitendata)
- de mate van controle op fouten (bij conversies, in datastromen)
- de volledigheid van de emissieberekeningen (zijn alle bronnen bekend)
- de consistentie van de emissieberekeningen (worden emissies uit vergelijkbare processen
op consistente wijze berekend).
Afhankelijk van de stof is de onzekerheid in de emissietotalen van Nederland relatief
klein tot relatief groot. Voor kooldioxide (CO2) bijvoorbeeld ligt de
onzekerheid in de orde van enkele procenten. Deze emissie is dan ook relatief eenvoudig
te berekenen uit energiegebruik en procesemissies. CO2 emissies gekoppeld
aan landgebruik zijn weliswaar onzeker, maar maken een klein onderdeel van de totale
emissies uit. Voor stikstofoxiden (NOx,) waar de emissies veel meer bepaald
worden door processen, zijn de onzekerheden op nationaal niveau al duidelijk groter,
en voor stoffen waarover weinig gegevens bekend zijn kan de onzekerheid gemakkelijk
enkele tientallen procenten bedragen. Om de onzekerheden in de landelijke emissiecijfers
te kwantificeren werden drie studies uitgevoerd: twee studies gericht op de broeikasgassen
en één studie gericht op de verzurende componenten en grootschalige luchtverontreiniging.
De rapporten kunt u
hier nalezen. Onderstaande tabel geeft een samenvatting voor een aantal
belangrijke stoffen.
|
Stof of thema
|
Onzekerheid in landelijk totaal
|
Methodiek
|
|
CO2
|
±3%
|
Tier 1
|
|
CH4
|
±25%
|
Tier 1
|
|
N2O
|
±50%
|
Tier 1
|
|
Fluorhoudende gassen (F-gassen)
|
±50%
|
Tier 1
|
|
CO2-equivalenten (thema broeikasgassen)
|
±5%
|
Tier 1
|
|
NH3
|
±17%
|
Tier 2
|
|
NOx
|
±15%
|
Tier 2
|
|
SO2
|
±6%
|
Tier 2
|
|
Zuur-equivalenten (thema verzuring)
|
±10%
|
Tier 2
|
Deze onzekerheden gelden voor de totale emissie in Nederland. De onzekerheid van
een emissie op één locatie of van één emissieoorzaak is in de meeste gevallen groter,
zie ook de toelichting onder
emissieberekeningen. In methoderapporten en bijvoorbeeld de factsheets water
wordt bij de classificatie van de kwaliteit van de informatie zoveel mogelijk aangesloten
bij een bestaande classificatie, gebaseerd op de methodiek van CORINAIR (CORe emission
INventories AIR):
- A: een getal gebaseerd op een groot aantal metingen aan representatieve locaties;
- B: een getal gebaseerd op een aantal metingen aan een deel van de voor de sector
representatieve locaties;
- C: een getal gebaseerd op een beperkt aantal metingen, aangevuld met schattingen
op basis van de technische kennis van het proces;
- D: een getal gebaseerd op een gering aantal metingen, aangevuld met schattingen
op basis van aannames;
- E: een getal gebaseerd op een technische berekening op basis van een aantal aannames.
Voor individuele puntbrongegevens wordt de onzekerheid bepaald door vele factoren,
zoals: hoe bepaalt een bedrijf zijn emissies, wat zijn de meetonnauwkeurigheden,
hoe worden de gegevens op bedrijfsniveau vertaald naar het eMJV, hoe worden de gegevens
gevalideerd door het bevoegd gezag, hoe worden de gegevens vervolgens gebruikt/vertaald
binnen de ER. Als hierover op het niveau van het individuele bedrijf en het bevoegd
gezag geen onzekerheidsinformatie bekend is, kan ook weinig worden gezegd over de
kwantitatieve onzekerheden. Uit de ervaring die de ER heeft met individuele bedrijfsgegevens
en de validatie door het bevoegd gezag, kan worden gesteld dat de onzekerheid in
deze gegevens relatief groot is. Achtergronddocumenten over onzekerheden in nationale
totalen vindt u
hier
Uiteraard zijn de onzekerheden die worden geïntroduceerd door het toedelen van de
nationale emissies naar regionaal niveau ook relatief groot door de generieke manier
waarop dit gebeurt. Aan de onzekerheid in de emissiedata wordt dan immers nog de
onzekerheid uit de proxydata of de modelberekeningen toegevoegd. De gepresenteerde
geregionaliseerde emissiedata kunnen daarom ook het beste worden gezien als bruikbare
eerste indicatie voor een beeld op landelijke en regionale schaal. Voor een nauwkeuriger
beeld (bijvoorbeeld concentratieberekeningen op lokaal niveau) zal dan aanvullende
informatie moeten worden verzameld. Achtergronddocumenten over de regionalisatie
vindt u
hier
Om de gewenste kwaliteit van de emissiecijfers te garanderen zijn in het proces
van de Emissieregistratie een aantal controlestappen ingebouwd. Een belangrijk onderdeel
hiervan vormt de trendanalyse. De berekende emissiecijfers worden dan vergeleken
met de cijfers die in het voorgaande jaar zijn berekend. Een andere vorm van verificatie
van de emissiecijfers is de vergelijking van de emissies/emissietrend met andere
gegevens. Voorbeelden hiervan zijn de vergelijking met de gemeten concentraties
in het water of in de lucht, of de vergelijking met de energie- of productiestatistieken
in een bepaalde sector. Resultaten van deze controles kunnen leiden tot bijstelling
van de emissieberekeningen of tot een verbetering van de berekeningsmethoden.
Terug
De centrale database Emissieregistratie
De resultaten van de inventarisaties en berekeningen door de taakgroepen worden
na de benodigde controles vastgesteld en vervolgens ingevoerd in de centrale database
emissieregistratie. Jaarlijks worden in december de definitieve emissiegegevens
vastgesteld voor de jaren 1990-1995-2000-2005, t-2 en t-1. De Emissieregistratie
bevat zowel gegevens over de grootte van emissies in Nederland als ook over de plaats
waar die emissies optreden. Het betreft de emissies van milieuverontreinigende stoffen
naar water, bodem en lucht. Hiertoe zijn de volgende gegevens opgenomen:
- de emissie-, locatie- en andere relevante gegevens uit de ER-I database;
- de emissies van de overige industriële bedrijven, het verkeer, de huishoudens, de
landbouw en andere emissiebronnen in Nederland;
- onderliggende statistische, geografische of andere informatie die nodig is om de
emissies te lokaliseren.
Hierdoor is het mogelijk de emissiegegevens ruimtelijk weer te geven, bijvoorbeeld
in administratieve eenheden (provincies, gemeenten, waterkwaliteitbeheer- en afwateringsgebieden)
of in een rasterstructuur (bijvoorbeeld 5 x 5 km).
Terug
Rapportages en publicaties op basis van de Emissieregistratie
De cijfers uit de Emissieregistratie zijn de basis voor diverse rapportages en publicaties.
De Balans van de Leefomgeving wordt opgesteld op basis van de nieuwste gegevens
in de emissieregistratie. Detail informatie op stof- en doelgroepniveau wordt daarnaast
gepubliceerd in het
Compendium voor de leefomgeving.
Onderstaande figuur geeft een schematisch overzicht van de Emissieregistratie, vanaf
de inzameling van gegevens door de verschillende instellingen en taakgroepen tot
en met deze website en de verschillende nationale en internationale rapportages
en publicaties.
Figuur 7: De Emissieregistratie: van dataverzameling tot publicatie en rapportage.
Terug