Emissieregistratie

Gebruikswijzer cijfers

U kunt via deze website de emissies van relevante stoffen, voor alle compartimenten, per emissiebron op diverse ruimtelijke niveaus bekijken en exporteren. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de beschikbare ruimtelijke niveaus per compartiment per jaar.

Beschikbare ruimtelijke verdelingen

Compartiment lucht IPCC

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016
Nederland + + + + + + +

Compartiment lucht

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016
Nederland + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Gemeente + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + +
Vierkant (1x1 km) - - - - - + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment emissie op riool (en oppervlaktewater)

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016
Nederland + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment belasting naar oppervlaktewater

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016
Nederland + + + + + + +
Deelstroomgebied + + + + + + +
Waterkwaliteitsbeheerder + + + + + + +
Afwateringseenheid + + + + + + +
Bedrijfsemissie + + + + + + +

Compartiment bodem

Gebiedsindeling\Jaar 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016
Nederland + + + + + + +
Provincie + + + + + + +
Gemeente + + + + + + +
Vierkant (5x5 km) + + + + + + +

Embargosheet

In principe worden de emissiedata op nationaal of regionaal niveau getoond. Soms ontbreekt echter de emissie van een stof voor een specifieke doelgroep, omdat er onvoldoende gegevens bekend zijn of de betrouwbaarheid van de beschikbare gegevens te laag is. Ook komt het voor dat de verdeling over Nederland onvoldoende bekend is. In dat geval vindt u de verdeling alleen voor een aantal (sub)doelgroepen en niet voor het nationaal totaal. Onderstaande embargosheet geeft een overzicht van deze uitzonderingen.

Legenda embargosheet:

  • Geen beperkingen logo  informatie wordt getoond
  • Niet getoond logo  informatie wordt op dit niveau niet getoond
  • Gebruiksbeperking logo  informatie wordt beperkt getoond (toegelicht in de voetnoot en als een zogenaamde ‘tooltip’, zichtbaar wanneer u met de muis het symbool aanwijst).

Belangrijk gevolg van een embargo is dat er ‘gaten’ ontstaan in de emissietabel. Een optelling van alle emissies op een lager niveau, bijvoorbeeld het niveau van emissieoorzaak levert dan een lager totaal op dan dezelfde optelling op doelgroepniveau!

Stof NL totaal NL per (sub-) doelgroep NL per emissieoorzaak Geregionali
seerd totaal
Geregionali
seerd per (sub)doelgroep
Geregionali
seerd per emissieoorzaak
Puntbron
Broeikasgassen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Gebruiksbeperking logo1 Geen beperkingen logo
Broeikasgassen naar lucht volgens IPCC Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Niet getoond logo Niet getoond logo Niet getoond logo n.v.t.
NEC stoffen naar lucht Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
EMEP/UNECE stoffen naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Prioritaire stoffen  naar lucht Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Gebruiksbeperking logo1+2 Geen beperkingen logo
Alle stoffen naar water Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Gebruiksbeperking logo3 Geen beperkingen logo
N- en P-totaal naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo n.v.t.
Cu, Cd, Zn en Pb naar bodem Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Geen beperkingen logo Gebruiksbeperking logo4 Gebruiksbeperking logo4 Gebruiksbeperking logo4 n.v.t.
  1. Grootste detailniveau (1x1 km) alleen beschikbaar voor CO2, NH3, NOx, PM10 en SO2, tot op subdoelgroepniveau voor 2015 en 2016. Lucht_landbouw: a) voor NH3 tot op doelgroepniveau voor 2000 en 2005, en tot op subdoelgroepniveau voor 2010, 2015 en 2016; b) voor CH4 en N2O alleen verdeling voor 2015 en 2016; c) voor PM10 en PM2,5 (fijn stof) alleen verdeling voor 2010, 2015 en 2016; d) voor gewasbeschermingsmiddelen alleen verdeling voor 2005, 2010, 2015 en 2016 tot op gemeenteniveau. Afvalverwijdering (CH4, NH3, NOx , N2O, SO2) alleen verdeling voor 2010, 2015 en 2016.
  2. Zie MNP-rapport 5000800010/2007 Notitie Prioritaire Stoffen 1990-2005 Bijlage I (tabel B1) en tabel hieronder.
  3. Gewasbeschermingsmiddelen alleen voor 2005, 2010, 2015 en 2016, wordt uitsluitend getoond voor middelen met landelijk totale belasting oppervlaktewater >=10kg.
  4. Landbouw (bodem): ruimtelijke toedeling tot op niveau van gemeente.
Embargo emissies lucht 2014

Terug

Verklaring ontwikkeling emissies

Emissies en belasting naar oppervlaktewater

Welke oorzaken ten grondslag liggen aan verandering van de cijfers over emissie en uiteindelijke belasting naar oppervlaktewater wordt beschreven in Toelichting definitieve dataset ER1990-2016.pdf.

Broeikasgasemissies 1990-2016

Onderstaande beschrijving sluit aan bij de indeling die internationaal is afgesproken. Voor broeikasgassen is dat de zogenaamde IPCC-indeling. Om de invloed van de verschillende broeikasgassen te kunnen optellen, worden emissiecijfers omgerekend naar CO2-equivalenten. De omrekening is gebaseerd op het ‘Global Warming Potential’ (GWP), dat is de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. Eén kg CO2-equivalent staat gelijk aan het effect dat de emissie(uitstoot) van 1 kg CO2 heeft. De emissie van 1 kg lachgas (N2O, distikstofoxide) staat gelijk aan 298 kg CO2-equivalenten en de emissie van 1 kg methaan (CH4) aan 25 kg CO2- equivalenten. De GWP’s van fluorhoudende gassen variëren nogal en kunnen zeer groot zijn. Bijvoorbeeld, 1 kg zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 22 800 kg CO2-equivalenten.

Uitstoot broeikasgassen in 2016 licht gestegen

De totale emissie van broeikasgassen is in 2016 ten opzichte van 2015 toegenomen van 194,8 naar 195,2 Mton CO2-eq. Dit is circa 0,2 procent hoger dan in 2015 en ruim 12 procent lager dan in 1990 (basisjaar van het Kyoto Protocol). De stijging in 2016 komt vooral door de toename van de CO2 emissie. De overige broeikasgassen zijn nagenoeg gelijk gebleven.

Koolstofdioxide (CO2)
De totale emissie van CO2 (koolstofdioxide) is in 2016 ten opzichte van 2015 met 0,5 Mton toegenomen. Door een hogere productie bij de chemische industrie nam de CO2 emissie met 1,0 Mton toe en door meer aardgasverbruik voor ruimteverwarming is er ook een toename te zien van 0,8 Mton in de bebouwde omgeving. Daartegenover daalde de CO2 emissie bij de energiebedrijven door een lagere inzet van steenkool met 1,4 Mton. Dit resulteerde in een netto toename van de CO2 emissie ten opzichte van 2015 met 0,5 Mton, waardoor de totale CO2 emissie in 2016 165,7 Mton bedraagt. Bij de emissie van CO2 moet wel worden opgemerkt dat de veranderingen in de emissies sterk worden beïnvloed door de temperatuur in de wintermaanden in verband met de verwarming van woningen en gebouwen, maar ook in de kassen.

Ten opzichte van het basisjaar 1990 is de emissie van CO2 met 1,6 procent toegenomen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de sectoren energie en verkeer en vervoer. Tot 2010 nam de CO2 emissie voor beide sectoren toe. De toename in de energiesector is na 2010 omgeslagen in een daling doordat er minder elektriciteit werd opgewekt dan in eerdere jaren. Er werd meer elektriciteit ingevoerd, vooral vanuit Duitsland. Elektriciteit uit het buitenland was regelmatig goedkoper dan in Nederlandse aardgascentrales opgewekte elektriciteit. Dit duurde tot 2013, waarna in 2014 en2015 weer een toename is te zien door meer inzet van steenkool. Bij verkeer en vervoer is de stijging na 2011 omgeslagen in een daling door een schoner autopark, grenstanken en minder verkeer. In 2015 en 2016 zien we echter een lichte toename door de aantrekkende economie.

Overige broeikasgassen
De totale emissie van CH4 (methaan) is in 2016 ten opzichte van 2015 met 6 kton toegenomen. Deze toename wordt veroorzaakt door een lichte stijging in de landbouwsector, maar wordt voor een deel tenietgedaan door een verdere afname van de CH4 emissie uit stortplaatsen. Met een totale emissie van 743 kton in 2016 is de emissie van CH4 ten opzichte van 1990 (1.278 kton) met 42% (535 kton) gedaald. Het grootste deel van deze daling, 433 kton, is het gevolg van de afname van emissies uit stortplaatsen (sector afvalverwijdering). Daarnaast heeft er ook een daling van 43 kton plaatsgevonden in de landbouwsector en 51 kton in de energiesector. De daling in de landbouwsector wordt met name veroorzaakt door een afname van de dieraantallen (tot 2012) en lagere organisch stof gehalten in de mest. Na 2012 is de daling van CH4 in de landbouwsector omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen. Deze toename in dieraantallen kwam door het anticiperen van melkveehouders op het afschaffen van het melkquotum. In de energiesector zijn door het nemen van maatregelen de emissies als gevolg van het afblazen van ruw aardgas bij de olie- en gaswinning afgenomen.

Ten opzichte van 2015 is de emissie van N2O (distikstofoxide, ook wel lachgas genoemd) in 2016 met 3 procent (0,9 kton) gedaald. Het grootste deel hiervan kwam door de afname van de emissies in de chemische industrie door een lagere productie van caprolactam en salpeterzuur. De emissie van N2O in 2016 is ten opzichte van 1990(basisjaar van het Kyoto Protocol) met ongeveer 54 procent gedaald tot 27 kton. Deze daling is gerealiseerd in de chemische industrie (19,5 kton) en de landbouwsector (13 kton). De afname van de emissie in de chemische industrie is het gevolg van N2O-reductiemaatregelen bij de productie van salpeterzuur. De daling in de landbouwsector kent verschillende oorzaken te weten: afname van dieraantallen, minder gebruik van zowel kunstmest als dierlijke mest en een lagere N-uitscheiding per dier door een lager N-gehalte in het voer. Net zoals bij CH4 is de daling in de landbouwsector na 2012 omgeslagen in een lichte stijging door vooral een toename van de dieraantallen.

De emissie van de fluorhoudende gassen HFK's, PFK's (incl. NF3) en SF6 (ook wel F-gassen genoemd) is in 2016 ten opzichte van 2015 licht gestegen van 2,6 naar 2,7 Mton CO2-eq. In 2016 is de totale emissie van F-gassen ten opzichte van het basisjaar voor Kyoto (1995) met 73 procent gedaald tot 2,7 Mton CO2-eq. Hiervan is 2,4 Mton CO2-eq afkomstig van HFK's, 0,15 Mton CO2-eq van PFK's en 0,13 Mton CO2-eq van SF6. De afname van de emissie van F-gassen is vooral het gevolg van reductiemaatregelen die getroffen zijn in het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen.

Voor meer informatie zie:

National Inventory Report 2018.
Voortgang emissiehandel 2017.
Compendium voor de Leefomgeving: Emissies broeikasgassen, 1990-2016.

Grootschalige luchtverontreiniging:
Uitstoot ammoniak in 2016 gestegen; overige stoffen blijven (licht) dalen

Emissies volgens herziene NEC-richtlijn

Om te voldoen aan de internationale rapportageverplichtingen volgens de herziene NEC-richtlijn (2016) worden de emissies van verkeer en vervoer sinds 2015 bepaald op basis van de brandstofafzet (fuel sold). De emissies van zeescheepvaart en de NOx en NMVOS van mestbeheer en landbouwgronden vallen niet onder de herziene NEC-richtlijn. Voor modellering van de luchtkwaliteit in Nederland is de feitelijke emissie op Nederlands grondgebied nodig. Hiervoor worden voor verkeer en vervoer emissiecijfers gebruikt, die worden aangeduid als de ‘fuel used’ emissies. Daarnaast zijn voor modellering van de luchtkwaliteit ook de emissies van de relatief grote bron Zeescheepvaart van belang.

Ammoniak (NH3)
De emissie van ammoniak is in 2016 gestegen ten opzichte van 2015 en ligt met 127,4 kiloton onder het maximum dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald. De toename wordt vooral veroorzaakt doordat er meer melk- en kalfkoeien gehouden worden. De toename wordt voor een deel afgezwakt door een gemiddeld lagere emissie als gevolg van schonere stalsystemen. Sinds 1990 zijn de emissies van NH3 gedaald van 350,1 kton naar 127,4 kton in 2016 (-64%). De afname tijdens de periode 1990-2013 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting.. Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er minder ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is. In 2014 is, na een jarenlange daling, de emissie van ammoniak weer toegenomen. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de groei van de melkveestapel en een hoger krachtvoergebruik bij melkkoeien. De lichte toename van de emissie in 2015 is het gevolg van het gebruik van meer kunstmest.

Stikstofoxiden (NOx)
Ten opzichte van 2015 is de emissie van stikstofoxiden (NOx) in 2016 met 14 kton afgenomen tot 221 kton. Hierdoor ligt de emissie circa 39 kton onder het emissieplafond van 260 kton vanaf 2010. De daling in 2016 is vooral het gevolg van de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) en een daling van de emissies in de energiesector. Gedurende de periode 1990-2016 zijn de NOx emissies gedaald van 607 kton naar 221 kton (-64%). Dit is vooral het gevolg van het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) en genomen maatregelen, zoals SCR(Selectieve Catalytische Reductie) in de industrie, raffinaderijen en energiesector.

SO2-emissie
In 2016 is de SO2-emissie ten opzichte van 2015 afgenomen met 2,7 kton. Deze afname vond met name plaats in de energiesector door een lagere inzet van steenkool bij de elektriciteitsproductie. Tijdens de periode 1990-2016 zijn de SO2-emissies gedaald van 197,4 kton naar 27,8 kton (-86%). Dit is nog steeds ruim onder het emissieplafond voor SO2 dat 50 kton bedraagt vanaf 2010. In de periode 1990-2007 zijn de SO2-emissies vooral gedaald door het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de energiesector, raffinaderijen en industrie en het verzuringsconvenant met de energiesector.
De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt zijn:

  • rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
  • overgang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
  • inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.

De lagere SO2-emissie in periode 2007-2013 is vooral het gevolg van een overschakeling van oliestook naar gasstook bij de raffinaderijen. Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO2-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen. Na een lichte daling in 2014 is de SO2-emissie in 2015 door een toename van de emissie bij Raffinaderijen weer gestegen.

NMVOS emissies
Met name door minder verfverbruik in de bouw en de industrie zijn de totale NMVOS-emissies ten opzichte van 2015 in 2016 afgenomen met ruim 8 kton. De NMVOS-emissies zijn sinds 1990(497,9 kton) met 72% gedaald tot een niveau van circa 141,0 kton in 2016. Dit is ruim onder het emissieplafond voor NMVOS dat 185 kton bedraagt vanaf 2010. De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS (VROM, 2005). Daarnaast zijn de emissies in de verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt.

Fijn stof (PM10 en PM2,5)
Ten opzichte van 2015 namen de PM10 en PM2,5 emissies in 2016 met respectievelijk 0,5 kton en 0,6 kton af. Deze daling is bij beide stoffen het gevolg van lagere emissies in de verkeerssector en bij consumenten door het minder roken van sigaretten. Sinds 1990 zijn de emissies van PM10 met circa 65% gedaald, van 74,9 kton in 1990 tot 26,3 kton in 2016. De emissie van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) daalde met 76% van 51,6 kton in 1990 tot 12,5 kton in 2016. Alleen de emissies van PM2,5 vallen onder de herziene NEC-richtlijn. De afname van de emissies van PM10 en PM2,5 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto's.

Voor meer informatie zie:

Informative Inventory Report 2018
Compendium voor de Leefomgeving, Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging, 1990-2016

Feitelijke emissies

Voor modellering van de luchtkwaliteit in Nederland is de feitelijke emissie op Nederlands grondgebied nodig. Hiervoor worden voor verkeer en vervoer emissiecijfers gebruikt, die worden aangeduid als de ‘fuel used’ emissies. Daarnaast zijn voor modellering van de luchtkwaliteit ook de emissies van de Zeescheepvaart van belang. Voor de overige sectoren zijn de feitelijke emissies gelijk aan de emissies volgens de herziene NEC-richtlijn.
Onderstaande tabel geeft het volgende over de periode 1990-2016 weer:

  • de emissies volgens de herziene NEC-richtlijn;
  • de feitelijke emissies;
  • zeescheepvaart emissies;
  • het verschil tussen de feitelijke en de NEC emissies.

Feitelijke gerapporteerde Emissies t.b.v. de modellering van de luchtkwaliteit

Emissies in kiloton van 1990 t/m 2016, vastgesteld in maart 2018
Stof per Sector 1990 1995 2000 2005 2010 2015 2016
Ammoniak (NH3)
TOTAAL vlg herziene NEC-richtlijn 350,1 223,1 175,1 153,4 132,7 125,8 127,4
TOTAAL Feitelijke emissies 350,1 222,9 175,2 153,5 132,7 126,1 127,9
    - Waarvan scheepvaart 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Verschil (Feitelijk -/- NEC) 0,0 -0,2 0,1 0,1 0,0 0,4 0,4
Stikstofoxiden (NOx)
TOTAAL vlg herziene NEC-richtlijn 606,6 507,9 423,7 372,3 302,6 235,1 221,2
TOTAAL Feitelijke emissies 653,6 553,6 494,6 458,9 385,4 331,1 321,5
    - Waarvan scheepvaart 88,5 90,9 110,8 123,8 111,2 111,0 110,8
Verschil (Feitelijk -/- NEC) 47,0 45,7 70,8 86,6 82,8 96,1 100,3
Zwaveldioxiden (SO2)
TOTAAL vlg herziene NEC-richtlijn 197,4 135,6 77,9 67,2 35,2 30,6 27,9
TOTAAL Feitelijke emissies 242,7 181,8 138,9 128,4 72,6 43,6 33,9
    - Waarvan scheepvaart 51,7 53,2 65,5 63,8 38,4 13,2 6,1
Verschil (Feitelijk -/- NEC) 45,4 46,2 61,0 61,2 37,3 12,9 6,0
Niet-methaan-VOS (NM-VOS)
TOTAAL vlg herziene NEC-richtlijn 497,9 357,0 252,0 190,3 174,5 149,2 141,0
TOTAAL Feitelijke emissies 496,4 351,5 253,5 192,9 176,8 154,2 146,2
    - Waarvan scheepvaart 2,7 2,8 3,4 3,7 3,0 3,4 3,2
Verschil (Feitelijk -/- NEC) -1,4 -5,5 1,5 2,6 2,3 5,0 5,2
Fijn stof (PM10)
TOTAAL vlg herziene NEC-richtlijn 74,9 55,8 43,5 36,1 30,5 26,8 26,3
TOTAAL Feitelijke emissies 77,0 58,9 48,6 41,9 35,3 30,5 29,2
    - Waarvan scheepvaart 6,1 6,3 7,7 7,6 5,9 4,1 3,2
Verschil (Feitelijk -/- NEC) 2,2 3,1 5,1 5,8 4,8 3,7 2,9
Fijn stof (PM2,5)
TOTAAL vlg herziene NEC-richtlijn 51,6 38,6 28,9 22,1 17,0 13,2 12,5
TOTAAL Feitelijke emissies 53,5 41,4 33,6 27,5 21,6 16,6 15,3
    - Waarvan scheepvaart 5,8 6,0 7,3 7,2 5,6 3,5 2,8
Verschil (Feitelijk -/- NEC) 1,9 2,8 4,8 5,4 4,5 0,6 0,6

Uit de tabel blijkt dat de SO2, PM10 en PM2,5 emissies van de zeescheepvaart flink zijn afgenomen sinds 2005. De belangrijkste oorzaken van deze flink lagere emissies zijn de lagere vaarsnelheden, waardoor minder brandstof wordt verbruikt en de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen voor schepen die varen op de Noordzee naar 1,5 procent. Verder is vanaf 2015 is het maximale zwavelgehalte opnieuw drastisch verlaagd naar 0,1%.

Terug

Methoderapporten

Hoe de emissies naar lucht bepaald worden vindt u op hoofdlijnen besproken in de werkwijze. Een gedetailleerde uitleg staat in de zogenaamde methoderapporten. Tot slot vindt u in de zogenaamde factsheets hoe emissies naar water worden berekend.

Via de ingang documentatie kunt u al deze documenten inzien en doorzoeken met de zoekbalk bovenin.

Terug

Methodewijzigingen in de laatste ronde

De methoden voor het berekenen van de emissies wordt beschreven in de methoderapporten (zie: documentatie). De berekening bestaat veelal uit een vermenigvuldiging van de omvang van een activiteit met een emissiefactor. Meestal verandert bij een methodewijziging de emissiefactor. Bij een methodewijziging worden de emissiecijfers voor alle jaren herberekend, zodat de getoonde trends consistent blijven. Het kan voorkomen dat de benodigde informatie voor de emissieberekening ontbreekt in een bepaald jaar. In die gevallen worden de emissies gekopieerd uit het voorgaande jaar (al dan niet geschaald voor economische groei). In deze gevallen spreken we niet van een methodewijziging.

Broeikasgasemissies 1990 - 2016

Door nieuwe inzichten zijn in de berekeningsmethoden voor emissie van broeikasgassen een aantal wijzigingen doorgevoerd die direct of indirect van invloed zijn op de emissiegrootte. Deze wijzigingen hebben betrekking op de tijdreeks 1990-2016:

Bij Land Use and Land Use Change and Forestry (LULUCF) zijn 3 wijzigingen doorgevoerd:

  • Nieuwe inzichten voor de emissieschattingen van boomgaarden (CO2);
  • De allocatie van bomen buiten bos is aangepast (CO2);
  • De extrapolatie van emissies van dood hout in bos is voor 2015 gewijzigd (CO2);


Ook bij Verkeer en Vervoer zijn een aantal nieuwe inzichten in de methode voor de emissieberekeningen verwerkt:

  • Op basis van metingen zijn nieuwe inzichten in de koolstofinhoud van brandstoffen toegepast (CO2);
  • Voor Mobiele machines, Visserij en Binnenvaart zijn landspecifieke emissiefactoren voor methaan (CH4) toegepast in de emissieberekeningen;

Bij Landbouw zijn voor de emissieberekeningen van methaan (CH4) uit mest van rundvee, varkens en pluimvee nieuwe inzichten in de B0 (ultimate CH4 production) en MCF (methane conversion factor) toegepast.

Emissies verzurende stoffen en grootschalige luchtverontreiniging 1990-2016

Binnen de sector Consumenten zijn verschillende wijzigingen doorgevoerd:

  • Drie nieuwe emissieoorzaken zijn toegevoegd, namelijk: het gebruik van luchtverfrissers (NMVOS), incidentele autobranden (fijn stof en dioxinen) en woningbranden (fijn stof en dioxinen);
  • De emissieberekeningen voor NMVOS door antiroestbehandelingen zijn aangepast aan het aantal auto’s voor 1983 die na 1990 nog in gebruik zijn;
  • Nieuwe schattingen van NMVOS uit gebruik van ruitenvloeistof zijn toegepast;

In de sector Landbouw zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • De emissiefactor voor NH3 bij het gebruik van de sleepvoet bij het uitrijden van mest op grasland is aangepast;
  • Het aantal dieren dat zich buiten de landbouw bevindt (hobbydieren) wordt op een andere wijze vastgesteld;
  • Nieuwe zogenaamde RAV-factoren zorgen voor een aanpassing van de emissiefactor voor NH3 uit pluimveestallen;
  • Nieuwe inzichten in de TAN-excreties van rundvee zijn toegepast;

In de sector Verkeer en Vervoer zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • Het emissiemodel voor de binnenvaart is ge-update op basis van nieuwe inzichten in NOx-emissies;
  • Nieuwe informatie over het rijgedrag van vrachtverkeer is verwerkt (NOx);
  • Op basis van emissiemetingen (NOx) zijn de emissieberekeningen van mobiele werktuigen aangepast.

Emissies en belasting van oppervlaktewater 1990-2016

De doorgevoerde methodewijzigingen vindt u in Toelichting definitieve dataset ER1990-2016.pdf.

Hier vindt u de samenvatting van de belangrijkste wijzigingen voor belasting van oppervlaktewater (KRW/OSPAR) en riolen.

  • Voor atmosferische depositie van PAK zijn nieuwe trendfactoren gebruikt in de schatting van de depositie vanaf 2011;
  • De vrachten voor Benzo(k)fluorantheen vanuit atmosferische depositie op verhard oppervlak en bodem zijn voorgaande jaren te hoog ingeschat. Middels een correctiefactor is dit aangepast;
  • Een aantal indirecte emissies van individuele bedrijven zijn doorgekopieerd voor de jaren 2010, 2015 en 2016, daar waar de betreffende bedrijven in omringende jaren wel gerapporteerd hebben;
  • In 2017 is de methodiek voor de bron riooloverstorten, hemelwateruitlaten en IBA’s aangepast. Voor reeks ER1990-2016 zijn voor sommige stoffen de verwijderingsfactoren en de zuiveringsrendementen voor RWZI’s en IBA’s op basis van de stofeigenschappen bijgesteld;
  • Voor de emissiebron Afsteken vuurwerk is de verdeling van emissies tussen de compartimenten lucht, bodem en riool aangepast.

Gewijzigde ruimtelijke toedelingen

Voor wat betreft de ruimtelijke toedeling van emissies zijn er ten opzichte van vorig jaar de volgende wijzigingen:

Auto- en woningbranden

Nieuw zijn gegevens over de ruimtelijke verdeling van emissies door auto- en woningbranden. Deze verdeling is gebaseerd op gegevens van het CBS. Voor autobranden zijn de gegevens alleen per provincie beschikbaar.

Gewasbeschermingsmiddelen

Het aantal stoffen waarvoor geregionaliseerde gegevens worden getoond is verminderd. Geregionaliseerde gegevens zijn alleen zichtbaar voor stoffen met een belasting naar oppervlaktewater hoger dan 10kg of een totale belasting hoger dan 1000 kg over alle compartimenten (bodem, lucht en water). Zie ook de toelichting bij methodewijzigingen emissies en belasting oppervlaktewater: Toelichting definitieve dataset ER1990-2016.pdf.

Landbouw

De toedeling van emissies uit stallen en uit opslag van dierlijke mest is geactualiseerd op basis van de meest recente GIAB+ versie (Geografische Informatie Agrarische Bedrijven) uit 2016. Dit bestand wordt samengesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in samenwerking met Wageningen Environmental Research (Wer). Het bestand bevat de locatie van alle agrarische bedrijven in Nederland (met onderscheid naar hoofd- en nevenvestiging). De locatiegegevens zijn in overeenstemming met de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Bij de actualisatie gaat het om veranderingen in zowel locatie, staltype als het aantal dieren.

Zeescheepvaart

De verdeling van de emissies door zeescheepvaart en visserij is geactualiseerd voor 2016 op basis van gegevens van het MARIN, TNO, Wageningen Economic Research (voorheen LEI) en Havenbedrijf Rotterdam. Het gaat hier om AIS data (snelheid en positie van schepen), emissiefactoren en scheepstypen (wijzigingen in de vlootsamenstelling van zowel zee- als vissersschepen). De gegevens hebben betrekking op het Nederlands Continentaal Plat en de Nederlandse havens. Voor visserij is ook het Waddengebied toegevoegd.

Terug

Gebruik van bedrijfsemissies

Waar mogelijk gebruikt de emissieregistratie de door bedrijven gerapporteerde emissies uit de zogenaamde Milieujaarverslagen (formele naam: integraal PRTR-verslag). Deze emissies zijn door het bevoegd gezag (provincies, waterschappen, gemeenten of rijkswaterstaat) geaccordeerd en worden ook doorgeleverd aan het Europese milieuregister E-PRTR. Maar er zijn ook andere bronnen gebruikt om de bedrijfsemissies in de emissieregistratie zo compleet mogelijk te maken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke herkomst van de emissiecijfers op bedrijfsniveau:

  • Milieujaarverslag, geaccepteerd door het bevoegd gezag (MJV A)
  • Milieujaarverslag, versie nog niet gevalideerd door het bevoegd gezag (MJV N)
  • Milieujaarverslag maar aangepast door de emissieregistratie (MJV C)
  • Kopie van registratie voorafgaand jaar (ER K)
  • Schatting door de emissieregistratie (ER S)
  • CBS enquête, gemeten effluenten (RWZI) (CBS G)
  • Geschat door CBS (RWZI) (CBS S)
  • Geschat door Waterdienst/Deltares (RWZI) (WD S)
  • Milieujaarverslag (papier 1991-2002)
  • Inventarisatie emissieregistratie Individueel (1985-1998)(ERI)
  • CIW enquête (Commissie Integraal Waterbeheer) (1990-2006)(CIW)
  • WVO-info (1990-2006) (WVO)
  • Milieujaarverslag incorrect overgenomen in de emissieregistratie, correctie volgende versie
  • Milieujaarverslag intussen gewijzigd door bedrijf, wijziging wordt volgend jaar overgenomen in de ER

Voor het berekenen van nationale totaalemissies, wijkt de emissieregistratie soms af van de emissies zoals die door bedrijven worden gerapporteerd en door bevoegd gezagen worden vastgesteld. Hierdoor kunnen er verschillen voorkomen tussen de gerapporteerde/vastgestelde cijfers zoals die voor individuele bedrijven op de site worden getoond en de nationale totalen.

Terug

Gebruik regionale landbouwemissies naar water

De data over uit- en afspoeling van nutriënten en zware metalen van landbouw- en natuurbodems zijn gegenereerd met het nationale modelinstrumentarium STONE. STONE is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijkswaterstaat Waterdienst (Waterdienst) en Wageningen Universiteit en Research centrum (WUR). STONE geeft een geregionaliseerde verdeling van emissies. Echter, veel van de afwateringseenheden in de emissieregistratie zijn kleiner dan het minimumareaal waarop STONE nog betrouwbare uitkomsten kan geven. Daarom zijn individuele afwateringseenheden geclusterd tot grotere eenheden en daarna verdeeld over de afwateringseenheden met een gelijke waarde gebaseerd op de grotere eenheden. Opgemerkt wordt dat de betrouwbaarheid voor deze grotere eenheden niet bekend is en dat de visualisatie dus een schijnnauwkeurigheid kan geven. Ook wordt rekening gehouden met het feit dat STONE geen uit- en afspoeling berekent voor stedelijk gebied en transport/omzetting in het oppervlaktewater. De uitkomsten van STONE zijn dus niet vlakdekkend. Dit houdt in dat voor een afwateringseenheid die geheel uit oppervlaktewater bestaat, geen uit- en afspoeling wordt berekend.

U kunt hier een nadere uitleg vinden.

Terug

Verbeterpunten voor de volgende release

  • De samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen in de ER-database is momenteel gebaseerd op de Zeer Zorgwekkende Stoffenlijst (ZZS-lijst) van 13-1-2017 (website Risico's van stoffen: www.rivm.nl/rvs). Inmiddels is de ZZS-lijst gewijzigd en er moet nog nagegaan worden of dit gevolgen heeft voor de samenstelling van de stofgroep Zeer Zorgwekkende Stoffen in de ER-database.
Terug