Het CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) heeft sinds 2021 een methodiek ontwikkeld om een eerste inschatting van de broeikasgasemissies beschikbaar te stellen op basis van kwartaalcijfers.

Overzicht voorlopige kwartaalcijfers

De emissiecijfers in de Emissieregistratie worden vastgesteld op basis van diverse bronnen en methoden. Nadat aan het begin van kalenderjaar t de definitieve Emissiecijfers 1990 t/m (t-2) worden vastgesteld door de Emissieregistratie, worden in de zomer voorlopige emissiecijfers vastgesteld voor het jaar t-1.

Sinds begin 2021 is er een bij het CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) ontwikkelde methodiek beschikbaar om voorlopige kwartaalcijfers over jaar t te bepalen. Op basis van vier kwartaalcijfers is dan in maart van het jaar t reeds een voorlopige jaartotaal beschikbaar voor jaar t-1. In juni, september en december van jaar t volgen dan de emissiecijfers over respectievelijk het eerste, tweede en derde kwartaal van datzelfde jaar.

Momenteel presenteren wij de voorlopige cijfers over de 4 kwartalen van 2021, het jaartotaal 2021 en de eerste drie kwartalen van 2022. Daarnaast ook de definitief vastgestelde cijfers over 2020.  Dit artikel geeft een nadere toelichting bij de cijfers over het derde kwartaal van 2022.

Deze emissiereeks wordt weergegeven conform AR5, wat vanaf emissiejaar 2021 verplicht is (zie uitleg onder overzichtstabel 'Broeikasgassen').

 

Broeikasgasemissies in Mton CO2-equivalenten, conform AR5
*) Definitief cijfer volgens Emissieregistratie
**) Berekend volgens CBS-methode
Als gevolg van afrondingen kan het zijn dat sommige optellingen niet helemaal kloppen.

 
2020*
2021 Q1**
2021 Q2**
2021 Q3**
2021 Q4**
2021**
2022 Q1**
2022 Q2**
2022 Q3**
Electriciteitsopwekking                  
CO2 32,5 9,0 6,5 7,3 9,6 32,4 7,7 6,5 8,3
     Overige broeikasgassen 0,2 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,1 0,1 0,1
     Totaal 32,7 9,1 6,5 7,4 9,7 32,7 7,7 6,6 8,4
                   
Industrie          
CO2 47,1 13,2 11,7 10,9 11,3 47,1 11,0 9,7 9,5
     Overige broeikasgassen 6,3 1,5 1,5 1,5 1,5 6,1 1,5 1,5 1,5
     Totaal 53,3 14,8 13,2 12,4 12,8 53,2 12,5 11,2 11,0
           
Gebouwde omgeving                  
CO2 21,3 9,8 4,6 2 7,5 23,9 8,6 3,6 2,1
     Overige broeikasgassen 0,5 0,2 0,1 0,1 0,2 0,6 0,2 0,1 0,1
     Totaal 21,8 10,0 4,8 2,1 7,6 24,5 8,8 3,7 2,2
                   
Verkeer en vervoer                  
CO2 30 6,8 7,6 7,6 7,9 29,9 6,9 7,7 7,2
     Overige broeikasgassen 0,6 0,2 0,2 0,2 0,2 0,6 0,2 0,2 0,2
     Totaal 30,6 6,9 7,8 7,7 8,0 30,5 7,0 7,8 7,3
                     
Landbouw                  
CO2 7,5 2,7 1,8 1,4 1,9 7,8 2,3 1,4 0,8
     Overige broeikasgassen 19,6 5,0 4,8 4,7 4,8 19,3 4,8 4,7 4,6
     Totaal 27,1 7,7 6,6 6,1 6,7 27,1 7,1 6,0 5,4
                   
Totalen                  
CO2 138,3 41,6 32,2 29,1 38,2 141,1 36,4 28,9 27,9
     Overige broeikasgassen 27,2 6,9 6,7 6,5 6,7 26,8 6,7 6,5 6,4
     Totaal
165,5
48,5
38,8
35,6
44,9
167,9
43,1
35,4
34,3

Afname broeikasgasemissies

In het derde kwartaal van 2022 was de uitstoot van broeikasgassen 4 procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2021. Dat komt vooral doordat er minder aardgas is verbruikt door de industrie en landbouw. Als gevolg van de hoge aardgasprijzen is de productie in de aardgas-intensieve industrie teruggelopen. Verder hoefden tuinders minder aardgas te verstoken vanwege het hoge aantal zonuren in dit kwartaal.

De elektriciteitssector heeft juist 14 procent meer broeikasgassen uitgestoten, doordat aardgas- en kolencentrales meer elektriciteit hebben geproduceerd. Dit kwam door een hogere vraag naar elektriciteit uit het buitenland vanwege krapte op de Europese elektriciteitsmarkt. Vanwege deze hoge elektriciteitsvraag steeg de elektriciteitsprijs zodanig dat het naast de kolencentrales ook voor de hoogrendement-aardgascentrales lucratief werd om meer te produceren.