Met ingang van 2020 gelden er in de EU Europese unie (Europese unie) voor enkele emissiestoffen reductiepercentages (voor: NH3, NOx, SO2, NMVOS en PM2,5). Deze relatieve reductiedoelstellingen moeten worden gerealiseerd ten opzichte van de emissies in het emissiejaar 2005. Herberekeningen van emissiereeksen door nieuwe inzichten, hebben als gevolg dat de te reduceren emissie jaarlijks kan verschillen.

Emissies van luchtverontreinigende stoffen voor toetsing reductiedoelstelling

Deze tabel geeft een overzicht van de emissies van de luchtverontreinigende stoffen ten behoeve van de toetsing aan reductiedoelstelling. Hiervoor geldt de zogeheten NEC-definitie, en die heeft tot gevolg dat deze cijfers afwijken van de tabel ‘Luchtverontreinigende emissies’. De verschillen zijn dat de emissies van Wegverkeer en Visserij worden berekend op basis van verkochte brandstof, en dat de emissies van Zeescheepvaart en de NOx- en NMVOS-emissies van Mestmanagement en Landbouwbodems niet worden meegenomen voor het toetsen aan het reductiedoel. Deze emissiegegevens worden ook internationaal, in de vorm van het Informative Inventory Report (IIR) en bijbehorende NFR tabellen geleverd aan EMEP/EEA.

NEC-stoffen en PM-emissies in kiloton, van 1990 t/m 2020, vastgesteld in januari 2022.

*In september 2022 zijn daar de voorlopige cijfers voor 2021 aan toegevoegd.

Stof per NEC-sector
1990
1995
2000
2005
2010
2015
2020
2021*
Plafond 2020-2029

Ammoniak (NH3)

Industrie, Energie en Raffinaderijen 4,6 4,4 3,1 3,0 2,3 2,0 2,3 2,4  
Verkeer 1,0 2,4 4,3 5,3 4,9 4,1 3,9 4,0  
Consumenten  3,8 3,9 4,0 4,0 4,1 4,1 4,2 6,6  
HDO en Bouw 0,6 0,6 0,5 0,6 0,6 0,6 0,6 3,0  
Landbouw  334,6 206,3 160,7 139,9 121,5 118,2 113,4 105,2  
Totaal
344,5 217,7 172,6 152,7 133,4 128,9 124,4 121,1 132,9
                   

Stikstofoxiden (NOx)

Industrie, Energie en Raffinaderijen 188,4 142,7 101,6 92,3 65,9 55,5 42,0 42,6  
Verkeer 387,4 332,3 299,2 266,8 220,4 169,9 119,8 121,1  
Consumenten 21,8 23,4 19,7 16,1 14,0 8,1 6,0 6,7  
HDO en Bouw 12,2 12,1 11,8 7,6 7,3 4,6 3,4 3,6  
Landbouw 8,7 10,3 9,5 11,4 14,2 10,8 5,4 5,9  
Totaal
618,5 520,8 441,8 394,2 321,7 249,0 176,7 179,8 216,9
                   

Zwaveldioxide (SO2)

Industrie, Energie en Raffinaderijen 168,1 108,1 61,7 57,2 32,1 29,3 18,3 19,3  
Verkeer 26,3 26,4 14,9 9,5 2,9 1,0 0,7 0,7  
Consumenten 1,2 0,8 0,5 0,4 0,5 0,4 0,4 0,4  
HDO en Bouw 1,3 1,1 1,0 0,3 0,2 0,1 0,1 0,1  
Landbouw 0,0 0,0 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1  
Totaal
196,9 136,4 78,2 67,5 35,8 31,0 19,6 29,6 48,6
                   

Niet-methaan-VOS (NM-VOS)

Industrie, Energie en Raffinaderijen 172,4 120,4 90,3 61,9 56,9 46,5 35,9 36,8  
Verkeer 207,0 142,8 88,3 58,7 48,9 37,4 32,5 34,0  
Consumenten 53,5 54,9 52,2 51,1 51,1 49,6 86,5 86,4  
HDO en Bouw 76,0 51,9 36,4 33,2 33,4 29,6 26,8 27,5  
Landbouw 0,8 1,4 1,4 2,6 7,1 3,9 2,5 2,7  
Totaal
509,7 371,5 268,6 207,4 197,4 167,1 184,2 187,4 191,3
                   

Fijnstof (PM2.5)

Industrie, Energie en Raffinaderijen 21,7 14,0 7,8 5,9 4,4 4,0 3,6 3,7  
Verkeer 24,0 19,5 15,9 12,2 7,7 4,9 3,2 3,3  
Consumenten 8,8 9,0 8,7 8,4 8,0 7,3 6,2 5,2  
HDO en Bouw 0,7 0,6 0,8 0,6 0,6 0,6 0,7 0,7  
Landbouw 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,7 0,7 0,7  
Totaal
55,8 43,7 33,9 27,7 21,4 17,5 14,4 13,5 17,5

Vergelijking van de voorlopige 2021-emissies met de vastgestelde 2020 emissies

Uit een analyse van de voorlopige cijfers over 2021 blijkt dat ten opzichte van de het jaar 2020 de verschillen te verklaren zijn door:

  • De NH3-emissies van Landbouw gedaald zijn als gevolg van:
    • verschuiven van de NH3-emissies van paarden en pony’s die buiten de landbouw gehouden worden en die van de afzet van mest buiten de landbouw, naar respectievelijk de sectoren “HDO en bouw” en “Consumenten”;
    • lagere dieraantallen (leghennen +/+1,7%, melkkoeien -/- 1,4%, vleesvarkens -/-3,3%, fokvarkens -/- 6% en vleeskuikens -/- 14%);
  • NH3-emissies van de sectoren “HDO en bouw” en “Consumenten” zijn toegenomen met elk 2,4 kton als gevolg van het verschuiven van de emissies vanuit de sector “Landbouw” (de emissies van paarden en pony’s die buiten de landbouw gehouden worden en die van de afzet van mest buiten de landbouw);
  • de NOx-emissies bij “Consumenten” zijn toegenomen vanwege extra aardgasgebruik door de koude winter met 0,7 kton;
  • bij de sector “Verkeer” zijn:
    • de NOx-emissies van vooral wegverkeer met 1,3 kton zijn toegenomen als gevolg van een foutcorrectie bij de emissies van koelaggregaten op zware vrachtauto’s (+/+3,5 kton) en een afname (-/-2,2 kton) die ondanks een geringe toename in de hoeveelheid verreden kilometers vooral veroorzaakt wordt door het steeds schoner worden van het wagenpark;
    • de NMVOS-emissies van vooral wegverkeer met 1,5 kton toegenomen vooral als gevolg van een foutcorrectie bij de emissies van koelaggregaten op zware vrachtauto’s (+/+1,1 kton).

Overschrijdingen reductiedoelstellingen periode 2020-2029.

De emissies (uitstoot) van de verzurende stoffen ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx) en zwaveldioxide (SO2) zijn sterk afgenomen in de periode 1990-2000. Ook de emissies van fijn stof (PM2,5) en vluchtige organische stoffen (niet-methaan-VOS; NMVOS) zijn sterk gedaald in deze periode. Na 2000 namen de emissies van de meeste stoffen verder af, maar minder sterk dan in de periode daarvoor. De NOx-emissie daalde nog wel in hetzelfde tempo als de voorgaande periode. De SO2-emissie bleef tussen 2003 en 2007 stabiel en is na 2007 verder gedaald.
De emissies van alle NEC-stoffen voldoen in 2020 aan de relatieve reductiedoelstellingen die gelden voor de periode 2020-2029.

Onder CLRTAP/Gotenburg protocol blijken de emissie van NMVOS echter nog boven de 2020 reductiedoelstelling te liggen. Hier lijken echter mogelijkheden om op basis van de toegepaste nieuwe inzichten een adjustment aan te vragen omdat bij het vaststellen van de reductiedoelstellingen is afgesproken dat nieuwe bronnen die ten tijde van het basisjaar wetenschappelijk nog niet erkend waren, bij het toetsen van de emissies aan de EU Europese unie (Europese unie)-plafonds buiten beschouwing mogen worden gelaten mocht hierdoor de reductiedoelstelling niet gehaald worden. Hiermee wordt voorkomen dat landen onevenredige gevolgen ondervinden van het zo compleet mogelijk toepassen van de wetenschappelijk kennis (State of the Art).

Door het toepassen van deze afspraak op de door Nederland nieuw toegevoegde emissiebronnen voor NMVOS (emissie van gebruik van kuilvoer in de landbouw) wordt toch voldaan aan de NEC-emissieplafonds.

Verklaring trends in NEC-stoffen

Uitstoot stikstofoxiden (NOx) is met 71% afgenomen sinds 1990.

Voor de periode 2020-2029 geldt voor NOx een NEC-reductiedoelstelling van 45% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van NOx met 55% afgenomen en voldoet daarmee ruim aan de NEC-reductiedoelstelling voor de geldende periode. Voor de periode vanaf 2030 geldt voor NOx een reductiedoelstelling van 61%, waar de huidige reductie nog niet aan voldoet.
Gedurende de periode 1990-2020 zijn de NOx emissies volgens NEC gedaald van 618,5 kton naar 176,7 kton (-71%). Dit is vooral het gevolg van het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen), genomen maatregelen, zoals toepassen van SCR (Selectieve Katalytische Reductie) in de industrie, bij raffinaderijen en in de energiesector, betere isolatie en een grotere inzet van hoogrendementsketels in woningen en bedrijfsgebouwen en een lagere steenkoolinzet in de Energiesector.
Ten opzichte van 2019 is de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) in 2020 met 24,1 kton verder afgenomen. De afname in 2020 is vooral het gevolg van de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) en minder gereden kilometers als gevolg van de Covid19-crisis. Daarnaast zijn de emissies ook gedaald door een lagere inzet van steenkool in de Energiesector.

Zwaveldioxide-uitstoot (SO2) is met 90% afgenomen sinds 1990.

Voor de periode 2020-2029 geldt voor SO2 een NEC-reductiedoelstelling van 28% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van SO2 met 71% afgenomen en voldoet daarmee ruim aan de NEC-reductiedoelstelling voor de huidige periode. De reductiedoelstelling vanaf 2030 is 53%, waaraan dus nu al voldaan wordt.
Tijdens de periode 1990-2020 zijn de SO2 emissies gedaald van 196,9 kton naar 19,6 kton (-90%). In de periode 1990-2007 zijn de SO2-emissies vooral gedaald door het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de Energiesector, Raffinaderijen, de Industriesector en het verzuring convenant met de Energiesector. De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt, zijn:

  • Rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
  • Overgang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
  • Inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.


Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO2-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen.
De lagere SO2-emissie in periode 2007-2013 is vooral het gevolg van een overschakeling van oliestook naar gasstook bij de raffinaderijen en door het verder aanscherpen van normen voor het maximaal zwavelgehalte van rode diesel die wordt gebruikt door de binnenvaart, visserij en voor 2013 door mobiele werktuigen.
In 2020 is de SO2-emissie ten opzichte van 2019 afgenomen met 2,2 kton. Deze afname vond met name plaats in de energiesector door een lagere inzet van steenkool bij de elektriciteitsproductie en bij raffinaderijen.

Uitstoot ammoniak (NH3) met 64% afgenomen; wel geringe toename zichtbaar in 2020.

Voor de periode 2020-2029 geldt voor NH3 een NEC-reductiedoelstelling van 13% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van NH3 met 19% afgenomen en voldoet daarmee aan de NEC-reductiedoelstelling voor de huidige periode. Echter, voor de periode vanaf 2030 geldt een reductiedoelstelling van 21%, waar de huidige NH3-emissies nog niet aan voldoen.
Sinds 1990 zijn de emissies van NH3 gedaald van 344,5 kton naar 124,4 kton in 2020 (-64%). De afname tijdens de periode 1990-2013 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting. Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er weinig ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is.
Tussen 2014 en 2017 neemt, na een jarenlange daling, de uitstoot van ammoniak (NH3) weer toe. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de groei van de melkveestapel en de veranderde voedselsamenstelling voor het vee. Deze toename werd voor een deel afgezwakt door schonere stalsystemen voor varkens en pluimvee.
Vanaf 2018 nemen de NH3-emissies weer af als gevolg van afnemende dieraantallen van rundvee, (fok)varkens en pluimvee (leghennen), een verdere toename in het gebruik van vooral emissiearme varkensstallen en de verplichtte mestverdunning bij toepassing van mest op klei en veen grasland.
De emissie van ammoniak is in 2020 ten opzichte van 2019 weer met 0,5 kton toegenomen. De NH3 toename vindt plaats in de sector Landbouw (+0,7 kton) als gevolg van een hoger eiwit gehalte in het ruwvoer van rundvee. Het weer heeft een groot effect op het eiwitgehalte van gras en snijmais waardoor tussen jaren schommelingen ontstaan.

Uitstoot van vluchtige organische stoffen (NMVOS) sterk toegenomen in 2020

Voor de periode 2020-2029 geldt voor NMVOS een NEC-reductiedoelstelling van 8% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van NMVOS met 11% afgenomen en voldoet daarmee aan de NEC-reductiedoelstelling voor de huidige periode. Echter, voor de periode vanaf 2030 geldt een reductiedoelstelling van 15%, waar de huidige NMVOS-reductie nog niet aan voldoet.
De NMVOS-emissies zijn sinds 1990 (509,7 kton) met 61% gedaald tot een niveau van circa 184,2 kton in 2020. De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS ( VROM Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer), 2005). Daarnaast zijn de emissies in de Verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt
In 2020 is ten opzichte van 2019 de totale uitstoot van NMVOS bij consumenten met 37,1 kton toegenomen door het extra gebruik van handdesinfectiemiddelen (toename 44,4 kton) als gevolg van de Covid19-crisis. Bij wegverkeer heeft de Covid19-crisis gevolg dat de emissies van NMVOS in 2020 ten opzichte van 2019 met 3,2 kton zijn afgenomen.

PM2,5 uitstoot flink gedaald sinds 1990

De NEC-reductiedoelstelling voor PM2,5 voor de periode 2020-2029 is 37% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van PM2,5 met 48% afgenomen en voldoet daarmee aan de NEC-reductiedoelstelling voor de huidige periode. Voor de periode vanaf 2030 geldt een reductiedoelstelling van 45%, waar de huidige PM2,5-emissies voldoen.
Sinds 1990 zijn de emissies van PM2,5 met 74% gedaald, van 55,8 kton in 1990 tot 14,4 kton in 2020.
De afname van de emissies van PM2,5 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto's.
Ten opzichte van 2019 namen de PM2,5 emissies in 2020 met 1,2 kton af. De afname van PM2,5 in 2020 wordt voor het grootste deel veroorzaakt door wegverkeer, waar als gevolg van de Covid19-crisis minder kilometers gereden zijn. Bij consumenten zijn in 2020, eveneens als gevolg van de Covid19-crisis de PM2,5 emissies vuurwerk afgenomen. Daarnaast zijn bij consumenten de PM2,5 emissies van sfeerverwarming afgenomen door verdergaande introductie van moderne kachels.